Doopjurken

Babyjurk in katoen, 1868-70. Het lijfje en het ingezette stuk van de rok zijn gemaakt uit aan elkaar genaaide stroken geborduurde band en tussenzetsels door een linnennaaister van de Amsterdamse modewinkel À la Ville de Paris. Maison M.J.C. de Meijere.

In onze samenleving, waarin religie een kleinere rol speelt als vroeger, zijn er steeds minder jonge ouders die hun baby dopen. Wat voor hun eigen ouders nog een vanzelfsprekend ritueel was, voelt voor de jongere generatie als iets uit het verleden. Steeds vaker kiezen zij vandaag voor een babyshower als alternatief voor het traditionele doopfeest.

Atelier van Bernard Picart, gravure van een katholieke doop door een priester, Amsterdam, 1722-27, De doopmeter houdt de ingebakerde baby boven de doopvont. De dame rechts draagt de doopluier. Een gezelschap met een baby met een doopluier wacht.
Collectie Rijksmuseum RP-P-1911-3190
Simon Fokke, De doop van prins Willem V, pentekening op papier, Noordelijke Nederlanden, 1748. De vader, prins Willem IV, houdt de dopeling vast die is bedekt met het doopkleed.
Collectie Rijksmuseum RP-T-00-3678

Sinds de vroege middeleeuwen was het binnen de katholieke kerk gebruikelijk om een kind zo snel mogelijk na de geboorte te laten dopen. Pasgeboren baby’s werden in onze streken tot in de late achttiende eeuw tot de leeftijd van drie maanden strak met windsels en lappen omzwachteld. Ook tijdens de doop was het pasgeboren kind dus nog op deze manier ingebakerd. In adellijke en rijke burgerlijke families lag de dopeling in een kostbare doopluier of doopkleed. Dit is een deken of wikkeldoek, vaak in wit linnen of ivoorkleurige zijde, versierd met borduurwerk of kant. Wit staat binnen de christelijke leer al sinds de middeleeuwen symbool voor zuiverheid en onschuld. De kleur benadrukt de puurheid van de pasgeboren baby.

De opgang van de witte doopjurk

Doop-/babyjurk in geborduurde tule, 1807-20
Collectie MoMu inv. T13/619/K53, Foto: Frederik Vercruysse
Doop-/babyjurk in wit katoen met tuleborduurwerk en Rijselse kloskant, 1820-30
Collectie MoMu inv. T13/600/K1, Foto: Frederik Vercruysse
Doop-/babyjurk in katoen met witborduurwerk, 1830-40
Collectie MoMu inv. T13/618/K52, Foto: Frederik Vercruysse
Detail van T13/618/K52
Foto: Dries Luyten
Doop-/babyjurk in katoen met witborduurwerk, 1830-50
Collectie MoMu inv. T13/616/K47, Foto: Frederik Vercruysse

In de late achttiende eeuw werden baby’s steeds minder ingebakerd en steeds later gedoopt. Dit leidde tot de opkomst van de doopjurk. Aanvankelijk kon enkel de gegoede klasse deze specifieke ceremoniekleding betalen. Pas halverwege de negentiende eeuw zien we dat doopjurken ook gebruikt worden bij gewone gezinnen. Dat kwam mede doordat de industrialisatie zorgde voor een groter textielaanbod en door de stijgende, algemene welvaart.

De rol van modetijdschriften

Modeprent uit Le Journal des Demoiselles, november 1859, Belgische editie. De prent toont een baby in een lange, rijkelijk gegarneerde jurk op de schoot van het kindermeisje.
Collectie MoMu inv. T80/30
Modeprent uit Le Journal des Demoiselles, juni 1860, Belgische editie
Collectie MoMu inv. T80/30

Illustraties van doopjurken, en bij uitbreiding babyjurken, komen we niet vaak tegen. Dat komt wellicht doordat er weinig veranderde aan het uiterlijk en de coupe van de doopjurk: een kort lijfje met korte mouwen en een lange rok. De variaties zitten vooral in de versieringen, die veel overeenkomsten vertonen met de eigentijdse damesmode. Verder is er bij de doop- en babyjurken geen onderscheid tussen jongens en meisjes. Toch mogen we de impact van negentiende-eeuwse modetijdschriften op de opkomst en verspreiding van doopjurken zeker niet onderschatten. Zo publiceerde het toonaangevende Le Journal des Demoiselles in de late jaren 1850 als een van de eerste magazines gravures van baby’s in doop- of presentatiejurken. Deze laatste werden gedragen bij kraambezoek en formele gelegenheden.

Ingekleurde modegravure uit La Saison, 1 oktober 1885
Collectie MoMu inv. P455/18
Prent uit het ‘babynummer’ van La Saison, 16 februari 1885
Collectie MoMu inv. TBT88/1
Pagina uit La Saison met prenten voor babyjurken en een toiletmeubel voor de kinderkamer, 16 februari 1885
Collectie MoMu inv. TBT88/1
Combinatie doopjakje en draagkussen in katoen met witborduurwerk, 1880-90
Collectie MoMu inv. T13/631AB/K79, Foto: Frederik Vercruysse

Na 1870 kom je doop- en babyjurken steeds vaker tegen in modetijdschriften. Zo publiceerde La Saison in het nummer van 16 februari 1885 een echte babyspecial met vier pagina’s over doopjurken en kinderkleding. Het magazine toonde ook de nieuwe combinatie van doopjakje met draagkussen. Dit ensemble lijkt een samensmelting van de historische doopluier met een doopjurk. Het nummer illustreert het toegenomen aanbod en variatie, maar ook de groeiende aandacht voor baby’s en jonge kinderen in die tijd. In januari 1872 schreef Le Journal de Demoiselles al over de verlokkingen van de Parijse ‘magasins de lingeries pour bébés’, en het gevaar om te veel geld te spenderen aan koketterieën voor ‘mon cher trésor’.

Pagina uit La Saison met rechts in het midden de afbeelding van de nieuwe combinatie doopjakje-draagkussen, 16 februari 1885
Collectie MoMu inv. TBT88/1

De vervaardiging van doopjurken

Prent met linnengoed uit Le Trésor des Demoiselles met centraal een doop-/babyjurk, 1850
Collectie MoMu inv. T09/27
Prent met linnengoed uit Le Journal des Demoiselles met centraal een doop-/babyjurk, juli 1861, Belgische editie
Collectie MoMu inv. T78/181

In de negentiende eeuw behoorden de doop- en babyjurken in wit linnen en/of katoen tot het domein van het linnengoed. Ze werden gemaakt door linnennaaisters, net als ander witgoed. Deze vrouwen werkten voor een linnenverkoopster, een winkel met modeartikelen of een grootwarenhuis. Doopjurken werden gemaakt op bestelling, maar winkels hadden evengoed een assortiment van al gemaakte jurken. Ze adverteerden hun doopjurken in modetijdschriften.

Babyjurk in katoen, 1868-70. Het lijfje en het ingezette stuk van de rok zijn gemaakt uit aan elkaar genaaide stroken geborduurde band en tussenzetsels door een linnennaaister van de Amsterdamse modewinkel À la Ville de Paris. Maison M.J.C. de Meijere.
Met stof en band uit de winkel. De jurk was bestemd voor Marie of Jacoba Sax, kleindochters van de zaakvoerster Maria (Mina) de Meijere. Collectie MoMu inv. T25/645/K30, Foto: Stany Dederen
Stofdeel in katoen met bol en rand voor een babymuts in handborduurwerk, afkomstig uit À la Ville de Paris. Maison M.J.C. de Meijere, een modewinkel in Amsterdam, 1850-80
Collectie MoMu inv. T25/652/V6, Foto: Stany Dederen
Stofdeel in katoen met randen en motieven in handborduurwerk, afkomstig uit À la Ville de Paris. Maison M.J.C. de Meijere, een modewinkel in Amsterdam, 1850-80. Het band werd doormidden geknipt en vervolgens als ruches verwerkt.
Collectie MoMu inv. T25/653/V14, Foto: Stany Dederen
Drie tussenzetsels in katoen, met machinaal geborduurde motieven, afkomstig uit À la Ville de Paris. Maison M.J.C. de Meijere, een modewinkel te Amsterdam, 1860-70
Collectie MoMu inv. T25/655/V18/1-3, Foto: Stany Dederen

Vaak gebruikten de linnennaaisters voor de doopjurken en bijhorende mutsen stof, band en tussenzetsels die vooraf waren geborduurd door professionele borduursters die dit werk thuis deden. Sommige doop- en babyjurken zijn ware puzzels van kundig gesneden en aan elkaar genaaide band en tussenzetsels. Aanstaande en jonge moeders konden ook zelf doop- of babyjurken naaien. Leren naaien was een vast onderdeel van het meisjesonderwijs en naaioefeningen tonen het fijne naaiwerk dat je terugziet in babyjurken. Nu en dan boden modetijdschriften patronen aan voor doop- en babyjurken. Stof en band kon je kopen in de modewinkels en grootwarenhuizen.

Patronen voor een doop- of babyjurk. Links bovenaan herken je het driehoekige voorpand van het lijfje, links onderaan een helft van het rokpand, rechts bovenaan een helft van het schouderpand en rechts onderaan de mouw.
Le Journal des Demoiselles, mei 1846, collectie MoMu inv. T71/181

Tegen het einde van de negentiende eeuw was de doopjurk bijna volledig ingeburgerd. Net als de communiejurk en de trouwjapon werd ze een gekoesterd kledingstuk, zorgvuldig bewaard en vaak van generatie op generatie doorgegeven. Nu de doop vandaag meer en meer in onbruik raakt, verdwijnt ook de eens zo geliefde jurk uit beeld.

Joseph Beff, portret van een moeder met baby in doopjurk en kleuter, Antwerpen, 1900
Felixarchief FOTO-OF#7232

Auteur: Wim Mertens
Foto bovenaan: Stany Dederen