Doopjurken

In onze samenleving, waarin religie een kleinere rol speelt als vroeger, zijn er steeds minder jonge ouders die hun baby dopen. Wat voor hun eigen ouders nog een vanzelfsprekend ritueel was, voelt voor de jongere generatie als iets uit het verleden. Steeds vaker kiezen zij vandaag voor een babyshower als alternatief voor het traditionele doopfeest.


Sinds de vroege middeleeuwen was het binnen de katholieke kerk gebruikelijk om een kind zo snel mogelijk na de geboorte te laten dopen. Pasgeboren baby’s werden in onze streken tot in de late achttiende eeuw tot de leeftijd van drie maanden strak met windsels en lappen omzwachteld. Ook tijdens de doop was het pasgeboren kind dus nog op deze manier ingebakerd. In adellijke en rijke burgerlijke families lag de dopeling in een kostbare doopluier of doopkleed. Dit is een deken of wikkeldoek, vaak in wit linnen of ivoorkleurige zijde, versierd met borduurwerk of kant. Wit staat binnen de christelijke leer al sinds de middeleeuwen symbool voor zuiverheid en onschuld. De kleur benadrukt de puurheid van de pasgeboren baby.
De opgang van de witte doopjurk
In de late achttiende eeuw werden baby’s steeds minder ingebakerd en steeds later gedoopt. Dit leidde tot de opkomst van de doopjurk. Aanvankelijk kon enkel de gegoede klasse deze specifieke ceremoniekleding betalen. Pas halverwege de negentiende eeuw zien we dat doopjurken ook gebruikt worden bij gewone gezinnen. Dat kwam mede doordat de industrialisatie zorgde voor een groter textielaanbod en door de stijgende, algemene welvaart.
De rol van modetijdschriften


Illustraties van doopjurken, en bij uitbreiding babyjurken, komen we niet vaak tegen. Dat komt wellicht doordat er weinig veranderde aan het uiterlijk en de coupe van de doopjurk: een kort lijfje met korte mouwen en een lange rok. De variaties zitten vooral in de versieringen, die veel overeenkomsten vertonen met de eigentijdse damesmode. Verder is er bij de doop- en babyjurken geen onderscheid tussen jongens en meisjes. Toch mogen we de impact van negentiende-eeuwse modetijdschriften op de opkomst en verspreiding van doopjurken zeker niet onderschatten. Zo publiceerde het toonaangevende Le Journal des Demoiselles in de late jaren 1850 als een van de eerste magazines gravures van baby’s in doop- of presentatiejurken. Deze laatste werden gedragen bij kraambezoek en formele gelegenheden.
Na 1870 kom je doop- en babyjurken steeds vaker tegen in modetijdschriften. Zo publiceerde La Saison in het nummer van 16 februari 1885 een echte babyspecial met vier pagina’s over doopjurken en kinderkleding. Het magazine toonde ook de nieuwe combinatie van doopjakje met draagkussen. Dit ensemble lijkt een samensmelting van de historische doopluier met een doopjurk. Het nummer illustreert het toegenomen aanbod en variatie, maar ook de groeiende aandacht voor baby’s en jonge kinderen in die tijd. In januari 1872 schreef Le Journal de Demoiselles al over de verlokkingen van de Parijse ‘magasins de lingeries pour bébés’, en het gevaar om te veel geld te spenderen aan koketterieën voor ‘mon cher trésor’.

De vervaardiging van doopjurken


In de negentiende eeuw behoorden de doop- en babyjurken in wit linnen en/of katoen tot het domein van het linnengoed. Ze werden gemaakt door linnennaaisters, net als ander witgoed. Deze vrouwen werkten voor een linnenverkoopster, een winkel met modeartikelen of een grootwarenhuis. Doopjurken werden gemaakt op bestelling, maar winkels hadden evengoed een assortiment van al gemaakte jurken. Ze adverteerden hun doopjurken in modetijdschriften.
Vaak gebruikten de linnennaaisters voor de doopjurken en bijhorende mutsen stof, band en tussenzetsels die vooraf waren geborduurd door professionele borduursters die dit werk thuis deden. Sommige doop- en babyjurken zijn ware puzzels van kundig gesneden en aan elkaar genaaide band en tussenzetsels. Aanstaande en jonge moeders konden ook zelf doop- of babyjurken naaien. Leren naaien was een vast onderdeel van het meisjesonderwijs en naaioefeningen tonen het fijne naaiwerk dat je terugziet in babyjurken. Nu en dan boden modetijdschriften patronen aan voor doop- en babyjurken. Stof en band kon je kopen in de modewinkels en grootwarenhuizen.

Tegen het einde van de negentiende eeuw was de doopjurk bijna volledig ingeburgerd. Net als de communiejurk en de trouwjapon werd ze een gekoesterd kledingstuk, zorgvuldig bewaard en vaak van generatie op generatie doorgegeven. Nu de doop vandaag meer en meer in onbruik raakt, verdwijnt ook de eens zo geliefde jurk uit beeld.

Auteur: Wim Mertens
Foto bovenaan: Stany Dederen
















